Onderbemand, ondergefinancierd en amateuristisch : zo worden negentiende-eeuwse politiekorpsen in heel Europa vaak afgeschilderd. Tegen het einde van die eeuw kwamen er wel grote financiele injecties en professionalisering, maar tegenstrijdige belangen en rivaliteit bleven de samenwerking tussen verschillende diensten en administraties vertroebelen. Binnen dit kader moest de vreemdelingenpolitie met een twintigtal agenten alle vreemdelingen op Belgisch grondgebied controleren. De migrantengemeenschap op zich telde al zo’n drie procent van de totale bevolking. Een onmogelijke taak of bewijzen de 340000 uitwijzingen in die periode net het tegendeel ? Deze studie is gebaseerd op de unieke archieven van de Belgische vreemdelingenpolitie en biedt nieuwe inzichten in haar werking en samenwerking met haar belangrijkste tussen- schakels : douanebeambten, lokale administraties, buitenlandse ambtenaren, rechtbanken en gevangeniswezen, de rijkswacht en de spoorwegen. Het gelaagde administratieve apparaat is het toonbeeld van het nieuw bureaucratische migratiecontroleregime dat in Europa opgang maakte. |